Persbericht
Een primeur bij het H.U.B: een harttransplantatie bij een patiënt met AL-amyloïdose

Brussel, 29 oktober 2026 – Het H.U.B heeft een belangrijke mijlpaal bereikt in de behandeling van AL-amyloïdose door een harttransplantatie uit te voeren bij een patiënt met de aandoening. Ondanks een volledige respons op de behandeling was zijn hart onomkeerbaar beschadigd. Een transplantatie was daarom de beste behandelingsoptie om hem uitzicht te bieden op herstel en overleving op langere termijn.
Dankzij de geëvolueerde behandelingen en een multidisciplinaire aanpak heeft het H.U.B zijn eerste harttransplantatie kunnen uitvoeren bij een patiënt bij wie AL-amyloïdose al voorafgaand aan de ingreep was vastgesteld en behandeld. Deze doorbraak biedt nieuwe perspectieven voor bepaalde patiënten met deze zeldzame en ernstige ziekte.
Een zeldzame ziekte die het hart zwaar kan aantasten
AL-amyloïdose is een zeldzame hematologische aandoening waarbij bepaalde cellen in het beenmerg (plasmocyten) abnormale eiwitten produceren die we ‘lichte ketens’ noemen. Die hopen zich op in de organen in de vorm van afzettingen die amyloïden worden genoemd, waardoor de werking van die organen geleidelijk wordt verstoord. Vooral het hart en de nieren worden vaak getroffen.
Wanneer de afzettingen de hartspier aantasten, wordt het hart stijver en kan het zich moeilijker met bloed vullen. De ziekte kan dan leiden tot ernstig en soms onomkeerbaar hartfalen.
De prognose van AL-amyloïdose met ernstige aantasting van het hart was lange tijd bijzonder slecht. Tegenwoordig zijn er echter innovatieve behandelingen waarmee de productie van de eiwitten die de ziekte veroorzaken beter onder controle kan worden gehouden.
Een complexe en multidisciplinaire behandelingsstrategie
Bij deze patiënt had de behandeling geleid tot een volledige hematologische respons, zonder aantoonbare restziekte. Het hart was echter te zwaar beschadigd om de hartfunctie voldoende te herstellen met de gebruikelijke behandelingen voor hartfalen.
Een transplantatie was dus een belangrijke behandelingsoptie die echter ook een bijzondere uitdaging met zich meebracht: de onderliggende ziekte moet absoluut onder controle worden gehouden om het risico op nieuwe afzettingen in het getransplanteerde hart te beperken.
De patiënt onderging een strikte selectie: hij mocht geen ernstige aantasting aan andere organen vertonen. Ook een nauwe samenwerking tussen de teams van hematologie, cardiologie gespecialiseerd in gevorderde hartinsufficiëntie, hartchirurgie en anesthesie-reanimatie was cruciaal. De teams hebben ook overlegd met specialisten in cardiale amyloïdose van het Hôpital Henri-Mondor in Frankrijk.
"Deze behandeling illustreert het belang van een multidisciplinaire aanpak en de nieuwe mogelijkheden die zijn ontstaan dankzij de geëvolueerde behandelingen. Wanneer de ziekte onder controle is, maar de hartschade onomkeerbaar is, kan een transplantatie voor bepaalde zorgvuldig geselecteerde patiënten een optie zijn", legt dr. Ornella Rizzo uit, specialist in plasmacelziekten bij de dienst Hematologie van het H.U.B.
Een bemoedigend herstel en nieuwe perspectieven
De patiënt kon enkele dagen na de ingreep weer naar huis. Zijn postoperatieve herstel verloopt bemoedigend: hij vertoont geen cardio-respiratoire symptomen meer bij de inspanningen die hij momenteel aankan en zet zijn herstel voort onder nauwlettende medische opvolging.
Naast het verbeteren van de hartfunctie is het doel van de transplantatie om het aantal ziekenhuisopnames als gevolg van hartfalen te verminderen en de patiënt in staat te stellen geleidelijk weer een normaler persoonlijk, gezins- en sociaal leven te leiden.
"Het doel van een harttransplantatie is om de overleving te verbeteren, het aantal ziekenhuisopnames te verminderen en de patiënt weer een betere levenskwaliteit te bieden. Specifiek bij AL-amyloïdose moet de immunosuppressieve behandeling, die bedoeld is om afstoting van het nieuwe hart te voorkomen, worden afgestemd op de situatie van de patiënt", legt prof. Jean-Luc Vachiéry uit, hoofd van de kliniek voor pulmonale vaatziekten en hartfalen binnen de dienst Cardiologie van het Erasme Ziekenhuis (H.U.B).
De transplantatie geneest de AL-amyloïdose echter niet. Regelmatige hematologische en cardiologische opvolging blijft noodzakelijk om de ziekte en de functie van het getransplanteerde hart in de gaten te houden.
Deze primeur bij het H.U.B illustreert de mogelijkheden die de medische vooruitgang en de samenwerking tussen specialismen bieden om nieuwe behandelingsopties aan te bieden aan patiënten met bijzonder complexe situaties.

